Noodverlichting

Hulst Fire Consultancy installeert noodverlichtingNoodverlichting is een belangrijk onderdeel van de veiligheidsvoorzieningen in gebouwen. Het treedt automatisch in werking zodra de netspanning uitvalt of terugvalt. Noodverlichting stelt mensen in staat om via vluchtroutes snel en veilig het gebouw te verlaten en het voorkomt paniek. Planmatig zorgen voor de veiligheid van mensen is niet alleen wettelijk verplicht, maar bovenal ook een verantwoordelijkheid van ieder bedrijf. Dus ook voor uw organisatie.

Om de kwaliteit van de veiligheid binnen uw gebouw of organisatie te kunnen verbeteren, is het van cruciaal belang dat de noodverlichting op basis van vakkundig advies conform de huidige normen wordt ingericht. Bovendien dient de noodverlichting professioneel te worden geïnstalleerd, zodat het optimaal en duurzaam functioneert.

Offerte aanvragen

Nu zijn er natuurlijk een aantal zaken die van groot belang bij het leveren en installeren van noodverlichting:

  • Waar hoort noodverlichting te hangen?
  • Aan welke eisen dient noodverlichting te voldoen?
  • Welke wettelijke verplichtingen zijn er en welke normen moet ik hanteren?
  • Brandt een noodverlichtingsarmatuur altijd?

Op deze pagina proberen wij u een helder en beknopt antwoord te geven op deze vragen.
Noodverlichting kan op diverse manieren worden toegepast. Dit is afhankelijk van de functie die zij in een gebouw dient te vervullen.

Nood: Onder normale omstandigheden brandt een nood armatuur niet. Alleen in geval van netspanningsuitval (nood) wordt deze armatuur geactiveerd. De armatuur wordt dan gevoed door de batterij in de armatuur zelf of in een centrale voedingskast.

Continu: In dit geval brandt de armatuur altijd. Is netspanning aanwezig dan wordt deze hierdoor gevoed (continu functie). Bij netspanningsuitval schakelt de armatuur of kast over op haar/zijn eigen batterijvoeding (nood functie).

Geschakeld: Deze armaturen worden in- en uitgeschakeld. Zij kunnen hierdoor worden meegeschakeld met de normale verlichting of worden toegepast als nachtverlichting. In geval van netspanningsuitval wordt de noodvoorziening automatisch ingeschakeld, ook als de armatuur uitgeschakeld staat.
De noodstroomvoorziening kan gebeuren door zowel de eigen batterijvoeding als via een centrale voedingskast.

Regelgeving en normering

In feite doen twee wetten een uitspraak over noodverlichting. Deze worden aangevuld door een aantal normen. Op deze pagina worden kort toegelicht:

  • Het Bouwbesluit en Gebruiksbesluit
  • De Arbo-wet
  • De Normering

Bouwbesluit

Het Bouwbesluit bevat de minimum bouwtechnische voorschriften voor nieuw te bouwen bouwwerken. Deze voorschriften worden in de vorm van functionele en prestatie-eisen gesteld. In het Bouwbesluit zijn algemene eisen gedefinieerd ten aanzien van noodverlichting maar voor de uitvoering hiervan verwijst het naar de Gemeentelijke bouwverordening.

Gebruiksbesluit: Besluit brandveilig gebruik bouwwerken

Dit besluit is gebaseerd op de Model bouwverordening. In dit Besluit liggen voorschriften vast met betrekking tot het gebruik van bouwwerken uit oogpunt van brandveiligheid. In het Besluit wordt verwezen naar een aantal normbladen en voorschriften met betrekking tot noodverlichting. Dit zijn de NEN-EN 1838 en NEN 6088.

Arbo-wet

In het kader van de Arbo-wet is het Arbeidsomstandighedenbesluit van kracht. In dit besluit staat de veiligheid en gezondheid op arbeidsplaatsen centraal. Als gevolg van deze regelgeving berust bij de werkgever de verplichting hiervoor zorg te dragen. Zo dient deze onder andere te zorgen voor de aanwezigheid van vluchtwegen en nooduitgangen. Ook noodverlichting is in dit kader één van de noodzakelijke voorzieningen. Deze dient een veilig gebruik van de vluchtwegen en
nooduitgangen mogelijk te maken.

Normering

NEN-EN 1838: toegepaste verlichtingstechniek-noodverlichting. Deze norm definieert lichttechnische voorschriften waaraan noodverlichting in gebouwen moet voldoen. De NEN-EN 1838 biedt concrete en heldere eisen omtrent de omstandigheden en verantwoordelijkheden bij de inrichting van een noodverlichtingsinstallatie.

NEN EN-50172: Noodverlichtingssystemen voor vluchtwegen. Nederlandse norm sinds 2005, te lezen in samenhang met NEN-EN 1838. Deze norm definieert: het opstellen van een noodverlichtingsplan, het uitvoeren van inspectie en onderhoud en het aanleggen van een logboek.

NEN 6088: brandveiligheid van gebouwen / vluchtrouteaanduiding. Eigenschappen en bepalingsmethoden. Deze norm geeft producteisen met bijbehorende bepalingsmethoden voor vluchtwegaanduiding. Zij bepaalt onder andere welke pictogrammen voor vluchtwegaanduiding mogen worden gebruikt.

NEN 1010: veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. Ook de NEN 1010 stelt eisen waaraan een noodverlichtingsinstallatie moet voldoen. Naast vluchtwegverlichting eist de NEN 1010 ook noodverlichting voor zogenaamde kritieke ruimten.

Voordat u begint met het installeren van noodverlichting raden wij u aan vooraf een aantal factoren te inventariseren. U kunt dit doen aan de hand van een stappenplan. Hierdoor krijgt u een goed beeld van de risico’s in en buiten een gebouw en van de aanwezige vluchtmogelijkheden. Op basis hiervan kunt u een gedetailleerd noodverlichtingsplan uitwerken.

Vluchtwegaanduiding - welke pictogrammen mag ik gebruiken?

Met behulp van de vluchtwegaanduidingen worden vluchtroutes en nooduitgangen aangegeven. Voor deze aanduidingen dienen continu verlichte pictogrammen te worden gebruikt. Eenduidig gebruik van deze pictogrammen is essentieel. De juiste pictogrammen zijn vastgelegd in de NEN 6088.

Vluchtwegverlichting

Vluchtwegverlichting dient voldoende zichtbaarheid te garanderen zodat obstakels op de vluchtwegen kunnen worden herkend. Voor vluchtwegen dient de verlichtingssterkte op de as van de vloer van de vluchtweg minimaal 1 Lux te bedragen. De centrale zone van de vluchtweg, zijdelings van de as, dient te worden verlicht met minimaal 0,5 Lux.

Extra aandacht

Op een aantal plekken dient u extra vluchtwegverlichting te plaatsen om obstakels zichtbaar te maken of de aanwezigheid van veiligheidsmateriaal of nooduitgangen te benadrukken:
afbeelding afkomstig uit de ontwerpgids

  1. Bij elke uitgang die bedoeld is voor gebruik in geval van nood
    Om opstopping te voorkomen dient elke uitgang die als nooduitgang kan worden gebruikt te zijn voorzien van vluchtwegverlichting.
  2. Aan de buitenkant van elke nooduitgang naar buiten; binnen een straal van 2 meter van de deur
    Vluchtwegverlichting aan de buitenkant van een pand kan blokkering van de vluchtweg door gedesoriënteerde personen voorkomen.
  3. Bij elke richtingsverandering en elke kruising of splitsing van gangen
    Is een richtingsverandering duidelijk te herkennen dan kan paniek en verwarring worden voorkomen.
  4. Bij trappen en andere niveauverschillen
    Door directe aanlichting van iedere traptrede en/of ieder niveauverschil worden valpartijen voorkomen.
  5. Bij brandbestrijdingsuitrusting, brandmelders en EHBO-posten
    Om in geval van nood adequate hulpmiddelen te kunnen vinden en te kunnen gebruiken moeten deze goed zichtbaar en de instructies goed leesbaar zijn. De armatuur dient binnen een afstand van 2 meter van de voorziening geplaatst te zijn.
  6. Ook de NEN 1010 doet een uitspraak over verlichtingseisen:
    Deze norm eist noodverlichting voor zogenaamde kritieke ruimten, zoals meter- en schakelkasten, liftkamers en procescontroleruimten. Deze dienen in geval van netspanningsuitval te worden verlicht met 10 Lux.

Anti-paniekverlichting

Anti-paniekverlichting maakt het mogelijk zich bij stroomuitval te oriënteren en de weg te vinden naar de aangegeven vluchtroutes. Deze verlichting moet aanwezig zijn in ruimten waar zich groepen mensen kunnen bevinden; bijvoorbeeld een kantine of vergaderruimte. Op de vloer dient minimaal 0,5 Lux aanwezig te zijn, met uitzondering van een buitenrand van 0,5 meter.

Werkplekken met verhoogd risico

Op veel werkplekken kan het wegvallen van de verlichting grote risico’s met zich meebrengen. Denk aan het werkzaamheden met gevaarlijke apparatuur of stoffen. Daarom dient het risicogebied te worden verlicht met 10% van de normale verlichtingssterkte, maar nooit met minder dan 15 Lux. Dit biedt werknemers de gelegenheid om de werkzaamheden op een veilige wijze te beëindigen en de ruimte te verlaten.

Hulst Fire Consultancy wil graag bij u deze zorg uit handen nemen en samen met u een optimaal noodverlichtingsplan op stellen.

Offerte aanvragen

Nieuw! BHV Trainingen en Ontruimingsoefeningen op locatie
Bekijken
© 2019 Hulst Fire Consultancy